De makers van de reportage hebben op verschillende manieren onderzoek gedaan om een antwoord te krijgen op de vraag, die absoluut niet makkelijk te beantwoorden is. Eerst hebben ze een schriftelijke enquête gelanceerd bij 1.000 Vlamingen, dan zijn ze mensen gaan interviewen op de markt van Tremelo (een gemeente in Vlaams-Brabant waar bijna de volledige bevolking blank is). Als laatste voerden ze een praktijkexperiment uit, waarbij moslims Rachida El Garani (documentairemaker RITC en redactiemedewerker Pano) en Arbi el Ayachi (stand-upcomedian) een winkel openen in datzelfde Tremelo.

Het eerste waar ik aan dacht toen ik de inleiding van de reportage en de uitleg van het experiment hoorde, was aan Pater Damiaan, ongetwijfeld de bekendste Tremelonaar en een heilig toonbeeld van inclusie.

Neen, ik lieg. Bij de gemeente Tremelo dacht ik eigenlijk eerst aan Sven Nys, een persoonlijke held van mij, maar dat is verder irrelevant voor deze post, dus laat het ons op Pater Damiaan houden.

Als een goedheilig man als Jozef De Veuster uit deze gemeente afkomstig is, dan zal de huidige bevolking toch wel zijn tolerante en vriendelijke houding geërfd hebben? De moslims die een winkel gaan openen – in het experiment kregen ze de naam Mohammed en Karima – zullen toch wel met open armen ontvangen worden?

Het bleek een verkeerde gedachte… En niet alleen omdat het een vooroordeel van mij t.o.v. de Tremelonaren was en vooroordelen verkeerd zijn.

Nu ik de volledige reportage gezien heb (en ik raad het u ook aan om die te bekijken), loop ik hier gefrustreerd heen en weer in mijn kamer. Ik wil iets kapot slaan, maar het liefst van al wil ik als een soort leraar naar Tremelo gaan om de bevolking de huid vol te schelden en een lesje in hedendaagse manieren te leren.

De toon is meteen gezet als de antwoorden van de enquête onthuld worden. Met de stelling: “Moslim-migranten zijn een verrijking voor de samenleving”, ging de helft van de respondenten akkoord. Dat betekent ook dat de helft (50%!!) niet akkoord ging. Een cijfer dat voor mij veel te hoog ligt en waar ik van schrok.

Dat was niet het laatste waar ik van schrok. Tijdens de reportage kwamen heel veel uitspraken aan bod die een lachje van verontwaardiging bij mij veroorzaakten. Alsof ik me ‘beter’ voelde dan de mensen die de uitspraken deden en hen uitlachte. Eerlijk toegegeven, ik voelde me op dat moment echt wel zo.

“Ik heb het niet graag dat die vreemde luizen naar hier komen.”

“Ze passen zich niet aan.”

“Ze zijn niet proper.”

“Het begint met 1 koppel en voor je het weet staan ze tot aan de kerk.”

“Ik ga er vriendelijk tegen zijn, maar ik moet er niks van hebben.”

“Ze kunnen maar twee winkels openen, een nachtwinkel of een kebabzaak.”

Ik zou nog een paar pagina’s kunnen vullen met dergelijke verschrikkelijke en stigmatiserende uitspraken. Moraalfilosoof Patrick Loobuyck verklaart ze met een objectieve kijk. “Er is een aangeboren angst voor het vreemde”, zegt hij. “Daarnaast geloven veel mensen complottheorieën waarin moslims worden afgeschilderd als vreemden die ‘onze’ Westerse samenleving willen kapot maken.”

De uitspraken, de angst voor het vreemde en de complottheorieën hebben voor mij een gemeenschappelijke noemer: onwetendheid.

Die onwetendheid blijkt ook door heel de reportage. De inwoners van Tremelo hebben alleen maar negatieve vooroordelen over Karima en Mohammed en mijden de moslims ook. De nieuwelingen proberen zich goed te integreren maar velen laten het niet toe. Uiteraard zijn er ook anderen die wel vriendelijk zijn en spontaan Mohammed en Karima betrekken, zonder flauwe, racistische mopjes te maken.

Tegen het einde van het experiment zijn de vele vooroordelen ontkracht bij de bevolking en is er sprake van beperkte integratie in Tremelo. Door de moslims beetje bij beetje te leren kennen, verdwijnen de racistische gedachten en gedragingen en begint de inclusie. De onwetendheid verandert in kennis en die kennis verrijkt de samenleving, die multicultureler wordt.

De conclusie hieruit is dat nieuwkomers het niet makkelijk hebben om zich te integreren en dat het niet aan die migranten zelf ligt. De autochtone bevolking is vaak onwetend en dat creëert vooroordelen. Dat kan weggewerkt worden en het integratieproces kan makkelijker gemaakt worden, simpelweg door openheid.

Het is misschien een droom van mij om te geloven dat iedereen wat meer kan worden zoals de heilige Tremelonaar (daarmee bedoel ik Pater Damiaan, want niet iedereen hoeft wereldkampioen veldrijden te worden). Dat iedereen wat opener kan worden. Dat we met zijn allen inclusiever worden en het de nieuwkomers makkelijker maken om zich te integreren.

Eindigen doe ik graag met een (lichtjes aangepaste) quote van Jan Jaap van der Wal: “Dan zetten we met zijn allen een stap richting de multiculturele ideale wereld!”